Valt er (weer) wat te lachen?

Kort door de bocht: Ja! Dat lukt, sinds ik mijn ongemakkelijke momenten, fouten en tekortkomingen zie als een aanleiding om eens goed om mezelf te lachen. Er is verschil in ‘wie je bent’ en ‘wat je doet’. Nu zie ik mezelf weer terug in hoe ik was.

 

Wat heeft mij nou geholpen heeft om die humor van mij weer aan te boren? Voor mijn gevoel is het een mix van: leren en begrijpen, onder ogen zien en verweven en ten slotte gecommitteerde actie. Niet alleen bedenken en opschrijven wat ik zo graag wil maar ook durven om daarin die o zo belangrijke stap te zetten. Want wat als je DWDD zit te kijken en er zit een (voor mij) onbekende jongeman aan tafel bij Matthijs die mij boeide vanaf de eerste minuut? Wat als die onbekende mij raakt? Wat als hij mij blij maakt met hoe hij vertelt? Er gebeurt dan iets wat super belangrijk is: ik lach!. Matthijs stelt hem vragen over zijn essay: ‘Het leven als Tragikomedie’. In ‘De maand van de filosofie 2019’ stond het thema ‘Ik stuntel dus ik ben’ centraal. Aangezien ik ook best heel goed kan stuntelen sprak het thema mij wel aan. Op dat moment besluit ik om Tim Fransen eens te googelen. Wie is die man? Dat internet is toch fantastisch. Je hebt binnen een seconde een hoop links tot je beschikking waarna je van alles kunt lezen en ook eventueel kunt bekijken op YouTube. Dat essay lijkt me geweldig, ga kijken wat het kost en kom uit op een boekwinkel aan het Rokin. Verbaasd kijk ik naar de prijs. Maar ook weer blij dat het nog geen vijf euro kost gezien mijn penibele financiële situatie. Na een paar dagen is het boekje binnen en zit er zelfs het boekenweekgeschenk bij van Jan Siebelink. Het essay van Tim Fransen is alvast fantastisch. Zijn filosofische manier van schrijven en ongekende humor maken mij een instant fan. Binnenkort nog meer over deze cabaretier, filosoof en tekstschrijver.

 

Maar eerst even iets anders dat ik met jullie wil delen: tijdens een gesprek kwam ik ineens op de proppen met ‘ik wil geen verlangens meer hebben want ik word er zo verdrietig van’. Daar reageerde mijn therapeut meteen op van: ‘is dat zo?’ ‘zou je willen dat je geen verlangen meer had?’. Nu besefte ik dat ik (ook) dat gevoel weg wilde hebben maar meteen door die vraag wist ik dat ik dat zeker niet wilde. Dat ik dan een essentieel stukje van mijn gevoelsleven zou missen. Ook herinner ik me dat ik zei: ‘ik heb niets om naar uit te kijken’. Na het thuis in gedachten te hebben geanalyseerd spreken die twee opmerkingen elkaar echt tegen. Best interessant om te onderzoeken waar dat nou vandaan komt. Beter nog om te kijken of ik ze ten goede kan veranderen.

 

De vragen die ik, naar aanleiding van die tegenstrijdige gevoelens en gedachten, aan mezelf stel zijn: hoe kan ik weer plezier hebben? Nou, door niet bang te zijn en niet te denken dat het ELKE keer fout gaat als ik iets plan en dus iets leuks plannen! Wil ik ergens naar toe kunnen leven? JAAAAA! Dus plan iets voor in de toekomst! Wat is of zijn de redenen dat ik geen toekomstplannen meer wil maken? Langer dan een paar weken vooruit? Heeft het te maken met mijn continue aanwezige pijn in allerlei vormen en hevigheden? Is er een reële angst ergens voor? Aangezien de antwoorden op die vragen ervoor zorgen dat ik vind dat ik zelf actie moet gaan ondernemen, ga ik een poging wagen om iets leuks te plannen voor iets wat verder in de toekomst ligt. Omdat ik erg graag nieuwe vrienden wil maken en leuke mensen wil ontmoeten ga ik daar zelf meer moeite voor doen. Eens even zien of er in mijn omgeving (den Bosch, Uden Veghel Eindhoven Best etc.) exposities zijn of voorstellingen waar ik heen zou kunnen gaan.

 

Mijn eerste beslissing om iets te doen wat ik ongemakkelijk vind.

Het is een zaterdag in april. Zo te zien is het lekker weer. De zon schijnt al volop. Zit aan mijn 1e koffie en zoals elke ochtend geef ik toe aan mijn spelletjes verslaving. Vandaag ga ik weer een lekker stuk wandelen. Kijken of ik weer wat leuke plaatjes kan schieten onderweg. Ook even iets bedenken wat ik kan doen wat ik anders niet zo snel doe. FF denken… Oh ja! Ik ga een wildvreemde aanspreken onderweg. Voel nu al weerstand opkomen. Ik ben altijd vriendelijk en zeg 9 van de 10 keer gedag maar om nou iemand aan te spreken en een gesprek te beginnen?! Na nog 2 espressootjes ga ik lekker douchen en op zoek naar mijn gymschoenen (vorige keer de leuke schoenen aangetrokken die matchten bij mijn outfit maar had er blaren van dus deze keer maar niet ton sur ton). Het is heerlijk die buitenlucht en het valt me op dat ik ondanks mijn huurder in mijn rugzak best wel een klein beetje blij ben. Af en toe zie ik een citroenvlinder voorbij fladderen. Ze laten zich niet op de foto zetten helaas, gewoonweg omdat er niet genoeg of geen ‘bruikbare’ bloemen zijn voor ze om te landen en zich te voeden. Meer dan halverwege mijn wandeling zie ik in de verte iemand op een bankje zitten met een rollator voor zich. Aha San dit is een goed moment! Uit je comfortzone! Hoe dichterbij ik kom des te beter zie ik het gezicht van de ‘wildvreemde’. Zo te zien is het een meneer op leeftijd. Hij kijkt wat somber en heeft mij al aan zien komen. Zonder nog verder na te denken zeg ik ‘Goedemiddag, dat is wel te doen zo in het zonnetje hè?’ ‘Jao, gaat wel’ Ik vraag of het goed is als ik naast hem kom zitten en ietwat gereserveerd stemt hij in. Nu ik hem goed zie en hij me aankijkt zie ik van alles in zijn ogen. Pff hij is erg moe van alles denk ik. ‘Kunt u nog wel een beetje genieten zo hier’? vraag ik. En dan begint Peter, van bijna 96 jaar, zo bleek later, te praten (ik moet heel goed luisteren want hij praat plat Brabants en dat is voor een Rotterdammer af en toe best moeilijk). Zijn verhaal gaat van zijn geboorte, naar nooit meer wakker willen worden, en van alles er tussenin. ‘Ik ben het zo zat! Echt waar! En ik zie aan jou (hij kijkt me indringend aan) dat jij weet waar ik het over heb. En zo hebben we 20 minuten gepraat en op mijn verzoek een selfie gemaakt (Peter: zo’n andersom foto). Het ging over dansen autorijden en al dat bloot op de tv. Over dat hij het maar een rommeltje vindt daar tussen die benen allemaal. Het verlies van zijn zoon. Peter zei dat hij als hij jonger was wel met mij in het gras had willen liggen. Ik moet er heel erg om lachen. Peter kijkt me aan en zegt ‘dankjewel dat je naast me bent komen zitten’. Het ontroert me en ik zeg tegen hem dat ik hoop dat het gaat zoals hij wilt: op een ochtend niet meer wakker worden. Hij knikt en ik zwaai hem gedag. Heel bijzonder, ik ben even sprakeloos. Met een brede glimlach en voldaan kom ik thuis en denk: dat kan ik best wel vaker doen!  


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Imke
4 maanden geleden

Geweldig! Er is zoveel moois te beleven buiten je comfortzone! Blijf vooral wildvreemden aanspreken, zou ik zeggen 😃